Begrippenlijst niveau 2, 3 en 4

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z




B-merken
Deze merken zijn goedkoper en minder bekend dan de A-merken. Er wordt minder ook minder reclame voor gemaakt.


bacteri
Bacteri?n kunnen ziekten veroorzaken. Zij zorgen ervoor dat voedingsproducten bederven.


balansen
De waarde van de getelde aanwezige voorraad wordt vastgesteld.


basisverlichting
De basisverlichting dient om een voldoende lichtniveau in de winkel te garanderen. De basisverlichting bestaat vaak uit tl-buizen.


Bbz
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.


be?nvloedingsfactoren
Alle zaken die het gedrag van de consument be?nvloeden. Bijvoorbeeld het inkomen en de gezinssamenstelling.


beamer
Een apparaat waarmee je de afbeeldingen op het beeldscherm van je computer kunt projecteren op een groot scherm. Wordt veel gebruikt bij bijvoorbeeld PowerPoint-presentaties.


bedien-u-zelf (BUZ)
Verkoopsysteem waarbij de klant zelfstandig artikelen kan pakken, wegen, inpakken en prijzen.


bediening
Verkoopsysteem waarbij de klant van begin tot het eind door een verkoper wordt geholpen.


bedieningssysteem
Zie bedieningswinkel.


bedieningsvormen
Er zijn drie bedieningsvormen: zelfbediening, semi-zelfbediening en bediening.


bedieningswinkel
Winkel waarin de klant van begin tot het eind geholpen wordt door een verkoper.


bedrijfshygi?ne
De winkel moet er schoon en verzorgd uitzien.


bedrijfskolom
De bedrijfskolom laat de weg zien die het artikel gaat van grondstof tot in de winkel.


bedrijfsregels
Het geheel van voorschriften die in een bedrijf opgevolgd moeten volgen.


bedrijfstak
Schakel in de bedrijfskolom. Deze schakel wordt gevormd door bedrijven die vergelijkbare werkzaamheden verrichten op dezelfde hoogte in een bedrijfskolom.


beeldmerk
Het beeldmerk is een herkenningsteken van een bedrijf. Het wordt ook wel een logo genoemd.


begroeting
Bij de begroeting heet je de klant welkom in de winkel. Het is voor de klant de eerste kennismaking met jou en de winkel.


behaviourisme
Een richting in de psychologie die ervan uitgaat dat het gedrag van de mens voornamelijk wordt aangeleerd.


behoefte
Dat wat een klant nodig heeft met een bepaalde reden.


behoeftebepaling
Bij de behoeftebepaling moet je uitzoeken wat de klant precies wil. Wat voor product zoekt de klant?


beleid
Regels, denkbeelden, maatregelen en handelswijzen die ervoor zorgen dat de doelstellingen worden bereikt.


beleidsbepaling
De bepaling van het beleid is globaal in vijf fasen in te delen: beleidsvorming, beleidsformulering, beleidsoverdracht, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie.


beleidsplan
De doelstellingen van een onderneming staan uitgewerkt in een beleidsplan. Het beleidsplan mondt uit in voorschriften en regels.


bemiddelingsbureau
Zo?n bureau bemiddelt tussen werkgevers en werkzoekenden bij het vinden van een geschikte baan of een geschikt personeelslid.


beoordelingsgesprek
Een regelmatig terugkerend gesprek tussen de direct leidinggevende en een medewerker. In dit gesprek wordt het functioneren van de medewerker beoordeeld. Beoordelingsgesprekken zijn gericht op het verleden. Het is een eenzijdig gesprek. De medewerker is een passieve deelnemer.


bepaalde tijd
De begin- en einddatum van de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd.


beroepen
In de detailhandel kom je verschillende beroepen tegen. Bijvoorbeeld: aankomend verkoopmedewerker, verkoopmedewerker en verkoopchef.


beroepshouding
Stelsel van waarden en normen dat je nodig hebt om een bepaald beroep te kunnen uitoefenen.


Besluit Prijsaanduiding Goederen
De overheid heeft in het Besluit Prijsaanduiding Goederen regels vastgelegd voor het prijzen van goederen.


besluitenlijst
Bij veel vergaderingen is het niet van belang te weten wat er allemaal besproken is. Het gaat er alleen om dat iedereen weet wat is besloten en welke taken hij moet uitvoeren. Van zo?n vergadering is een besluitenlijst voldoende. Alleen de besluiten, de uitslag van de stemmingen en de verdeling van de taken worden vermeld.


besluitvormingsproces
Het nemen van een besluit door de volgende stappen te volgen: probleemstelling, informatie verzamelen, analyseren, alternatieven formuleren, alternatieven afwegen, beslissen en evalueren.


bespreking van de notulen
Tijdens de vergadering worden meestal de notulen van de vorige vergadering besproken. Op deze manier worden fouten en onduidelijkheden uit de notulen gehaald voordat ze in het archief gaan.


bestedingsmogelijkheden
De keuzemogelijkheden die mensen hebben met betrekking tot het uitgeven van hun inkomen.


bestelboekcontrole
De in het bestelboek verwerkte afwijkingen moeten in de administratie verwerkt worden.


bestelfrequentie
Het aantal malen dat je een bestelling plaatst in een bepaalde periode.


bestelgrootte
De te bestellen hoeveelheid artikelen.


bestellen
Het aantal malen dat je een bestelling plaatst in een bepaalde periode.


bestelmoment
Het moment waarop de bestelling geplaatst moet worden.


bestelniveau
De voorraadgrootte op het moment waarop je een bestelling moet plaatsen.


bestelsysteem BQ
Bij het BQ-systeem werk je met een vaste bestelgrootte en een variabel besteltijdstip.


bestelsysteem BS
Het BS-systeem gaat ervan uit dat je op variabele tijdstippen variabele hoeveelheden bestelt.


bestelsysteem sQ
Het kenmerk van het sQ-systeem is dat je hierbij werkt met vaste besteltijdstippen en vaste bestelgrootten.


bestelsysteem sS
Het sS-systeem werkt met vaste besteltijdstippen en variabele bestelgrootten.


bestemmingsplan
Een plan waarin een gemeente precies beschrijft waarvoor in een bepaald gebied de ruimte mag worden gebruikt. Bijvoorbeeld de bestemming wonen, winkels of groen.


bestrijdingsplan
Opzet van te nemen maatregelen om bijvoorbeeld derving of diefstal te voorkomen.


betaalmiddelen
In ruil voor betaalmiddelen kun je producten krijgen.


Betuwespoorlijn
Een rechtstreekse verbinding tussen de Rotterdamse haven en Duitsland.


bevoegdheden
Het recht om in een bepaalde situatie zelfstandig beslissingen te nemen over de uitvoering van een taak.


bevoegdheid
Dit is een van de elementen van een functie, namelijk het recht om zelfstandig beslissingen te nemen.


bewaarfunctie
Het bewaren van geld en waardepapieren in de kassalade.


bij-artikelen
Artikelen die het gebruik van een ander product kunnen veraangenamen.


bijstand
Officieel: Abw. Vangnet van het sociaal stelsel. Mensen die niet zelfstandig in hun onderhoud kunnen voorzien en voor geen enkele andere uitkering in aanmerking komen, hebben recht op een bijstandsuitkering.


bijverkoop
Een extra artikel verkopen dat past bij het artikel dat de klant koopt.


bijzondere actie
Dit is een bijzondere manier om personeel te werven. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan een luchtballon met de tekst:
?Personeel gezocht?.


Blake en Mouton
Twee onderzoekers die het karakter van de leidinggevende als uitgangspunt nemen en op die manier leiderschapsstijlen indelen.


blikgeleiding
Het leiden van de aandacht naar bepaalde punten in de etalage.


blisterverpakkingen
Verpakking met een artikel op karton onder een laag plastic.


blokdiagram
Een driedimensionale weergave waarin je de waarnemingen weergeeft in de vorm van kubussen die elk een waarneming vertegenwoordigen.


blusmiddelen
Middelen waarmee je een brand kunt blussen.


bodemprijs
De laagste prijs waartegen een winkelier een merkproduct van de fabrikant mag verkopen.


boerderijverkoop
De boer verkoopt de goederen direct van het land.


bold
Lettervariatie: vet.


boncontrole
Bij een boncontrole controleer je de kassabon bij een willekeurige afrekening.


boodschap
Datgene wat de detaillist of producent wil overbrengen naar de consument.


boodschappen doen
Het kopen van artikelen voor het dagelijks gebruik waarbij de klant geen speciale informatie nodig heeft. De aanschaf kost weinig tijd.


boulevardbladen
De berichten in deze bladen gaan voornamelijk over bekende mensen. Deze bladen worden ook wel roddelbladen genoemd.


bouwtechnische maatregel
Technische maatregelen die je kunt treffen om diefstal te voorkomen.


branche
Winkels die ongeveer dezelfde artikelen verkopen, horen bij dezelfde branche. Denk aan mode of levensmiddelen.


brancheorganisatie
Een organisatie die de bedrijven in een bepaalde branche vertegenwoordigt.


branchevervaging
Het is voor de consument steeds minder duidelijk wat voor soort winkel het is omdat de winkel verschillende artikelgroepen verkoopt. Een boekhandel gaat bijvoorbeeld computerspellen verkopen.


brandblusapparaten
Voorbeelden van brandblusapparaten zijn: natblusser, schuimblusser, koolzuursneeuwblusser en droogpoederblusser.


branddriehoek
In de branddriehoek vind je de drie voor brand noodzakelijke factoren namelijk: ontbrandingstemperatuur, brandbare stof en zuurstof.


brandklassen
De brandklassen geven aan welke stoffen als brandstof voor het vuur dienen en wat hun kenmerken zijn.


brandpreventie
Het voorkomen van brand.


breedte van het assortiment
Het aantal verschillende assortiment- of artikelgroepen dat een winkel verkoopt.


breuk
Artikelen die door beschadiging onverkoopbaar zijn geworden.


broeikaseffect
Algehele temperatuurverhoging door de vorming van grote hoeveelheden kooldioxide in de dampkring.


bruto-inkomen
Het inkomen voordat belasting en premies hiervan zijn afgetrokken.


brutowinst
De winst die ontstaat door de BTW en de inkoopwaarde van de consumentenomzet af te trekken.


brutowinstpercentage
Het resultaat van de winst wordt weergegeven per artikel in een percentage van de verkoop- of inkoopprijs en over de afzet als percentage van de omzet of de inkoopwaarde van die omzet.


BTW
Belasting Toegevoegde Waarde.


BTW-bon
Een bon met vermelding van het door de klant betaalde BTW-bedrag.


BTW-tarief
Het percentage BTW dat voor een artikel moet worden betaald (0%, 6% of 19%).


buitenborden
Grote, stevige borden die uit zichzelf kunnen staan.


buitendisplay
Een display die je buiten, meestal voor de winkel, aantreft in het overgangsgebied tussen binnen en buiten.


buitenlandse valuta
Buitenlands geld zoals Engelse ponden of Amerikaanse dollars.


buitenverkoop
Artikelen die je buiten de winkel verkoopt en afrekent.


bukhoogte
Artikelen die op een hoogte van 0 tot 80 centimeter staan, staan op bukhoogte. Deze artikelen worden over het algemeen niet veel verkocht.


bukken
Bij het bukken buig je voorover, terwijl je benen recht blijven. Bukken is niet goed voor je rug. Probeer liever te hurken.


bureau slachtofferhulp
Dit bureau helpt mensen die angstig zijn geworden omdat bijvoorbeeld in hun woning is ingebroken of omdat ze bedreigd zijn.


bureau voor rechtshulp
Hier werken juristen die aan mensen met lage inkomens meestal gratis advies geven. De medewerkers kunnen ook een advocaat regelen voor mensen die daar te weinig geld voor hebben.


burgemeester
De burgemeester is de voorzitter van de gemeenteraad en wordt voor zes jaar aangewezen door de regering.


buurtwinkel
Deze winkel verzorgt de buurt of de wijk met een beperkt assortiment.